Wie zou je zijn,
als ik het niet was?
Wie zou je worden,
als ik languit stapte op je eigen schim?
Wie zou je zijn,
als ik in de bomen gleed,
voor je voeten uit vloog,
je deed struikelen in het gras?
Wie zou je zijn,
als ik mijn wijde mantel om je heen sloeg?
Mijn handen je aanraakten? Je voorhoofd zoenden?
Wie zou je zijn,
als ik languit stapte op je schim?
Wie zou je zijn,
als ik je meetrok, de bomen in?
Wie zou je zijn,
als mijn mantel je beschermde
tegen bommen en granaten?
Wie zou je zijn,
als ik je beroofde van je lot?
Wie?
En terug?
Hilde Droogné
als ik het niet was?
Wie zou je worden,
als ik languit stapte op je eigen schim?
Wie zou je zijn,
als ik in de bomen gleed,
voor je voeten uit vloog,
je deed struikelen in het gras?
Wie zou je zijn,
als ik mijn wijde mantel om je heen sloeg?
Mijn handen je aanraakten? Je voorhoofd zoenden?
Wie zou je zijn,
als ik languit stapte op je schim?
Wie zou je zijn,
als ik je meetrok, de bomen in?
Wie zou je zijn,
als mijn mantel je beschermde
tegen bommen en granaten?
Wie zou je zijn,
als ik je beroofde van je lot?
Wie?
En terug?
Hilde Droogné
Zelfportret Hilde Droogné |